Belastingplan 2018 en regeerakkoord

Belastingplan 2018 en regeerakkoord

Woensdag 25 oktober 2017

Op 10 oktober jl. heeft de aanstaande nieuwe coalitie het regeerakkoord “Vertrouwen in de toekomst” gepresenteerd. Gezien de vele speerpunten in dit akkoord en daarnaast het Belastingplan 2018 wijden wij een nieuwsbrief aan de voorgestelde fiscale wijzigingen op korte termijn (2018) en de langere termijn (2019-2021). We behandelen niet alle wijzigingen, maar vooral de aanpassingen relevant voor het midden- en kleinbedrijf.
Voor 2018 zijn de wijzigingen zeer summier, maar voor de jaren erna kan de impact voor uw fiscale positie behoorlijk zijn. Ons voorstel is daarom om bij onze eerstvolgende bespreking dit document uitgebreid met u door te nemen om onder meer na te gaan of er acties wenselijk zijn.

Belastingplan 2018 - Prinsjesdag

Heffingskortingen en tarieven
De wijzigingen in de tarieven, tariefschijven en heffingskortingen ten opzichte van 2017 zijn in onderstaande tabellen weergegeven:

 Heffingskortingen  Stand 2018   Stand 2017
 Maximum algmene hefftingskorting onder AOW-leeftijd  € 2.265   € 2.254
 Maximum algemene hefftingskorting boven AOW-leeftijd  € 1.157   € 1.151
 Afbouwpercentage algemene heffingskorting  4,683%   4,787%
 Minimale algemene hefftingskorting  € 0   € 0
 Maximum arbeidskorting  € 3.249   € 3.223
 Afbouwpercentage arbeidskorting  3,60%   3,60%
 Minimale arbeidskorting  € 0   € 0
 Opbouwpercentage arbeidskorting  28,067%   28,317%
 Maximum inkomensafhakelijke combinatiekorting  € 2.801   € 2.778
 Jonggehandicaptenkorting  € 728   € 722
 Ouderenkorting  € 1.418 / € 72   € 1.291 / €71
 Alleenstaande ouderenkorting  € 423   € 438













 

Schijfgrenzen box 1  2018  2017
 Einde eerste schijf  € 20.142             € 19.982
 Einde tweede schijf geboren vóór 1 januari 1946                € 34.404   € 34.130
 Einde tweede schijf geboren na 1 januari 1946  € 33.994   € 33.791
 Einde derde schijf  € 68.507   € 67.072


 


 

Gecombineerde tarieven inkomstenbelasting/loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen  2018   2017
 Tarief eerste schijf onder AOW-leeftijd  36,55%              36,55%
 Tarief eerste schijf boven AOW-leeftijd  18,65%   18,65%
 Tarief tweede schijf onder AOW-leeftijd  40,85%   40,80%
 Tarief tweede schijf boven AOW-leeftijd                                 22,95%   22,90%
 Tarief derde schijf  40,85%   40,85%
 Tarief vierde schijf  51,95%   52%

 

 







Tijdklemmen kapitaalverzekeringen
Per 1 januari 2018 zou de verhoogde giftenaftrek in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting voor giften aan culturele instellingen komen te vervallen. Deze tijdelijke stimuleringsmaatregel wordt echter alsnog met een jaar verlengd.

Verlenging multiplier giftenaftrek
De tijdklemmen om in aanmerking te komen voor een vrijstelling voor een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), een spaarrekening eigen woning (SEW), of een beleggingsrecht eigen woning (BEW) zijn per 1 april 2017 in hun geheel vervallen. Dit betekent dat de eis dat gedurende ten minste vijftien jaar jaarlijks premies moeten zijn betaald (KEW) dan wel bedragen moeten zijn ingelegd (SEW of BEW) niet langer wordt gesteld. Voldoende voor toepassing van de hoge vrijstelling is dan dat jaarlijks premiebetaling of inleg heeft plaatsgevonden binnen een bandbreedte van 1:10 en dat de uitkering wordt aangewend voor de (gedeeltelijke) aflossing van de eigenwoningschuld.

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk
Een inhoudingsplichtige die de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk wil toepassen is gehouden om per afgegeven S&O-verklaring de bestede uren en de gemaakte kosten en uitgaven door te geven aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Uit het oogpunt van administratieve lastenverlichting zal deze mededeling over alle in een kalenderjaar afgegeven S&O-verklaringen gezamenlijk kunnen worden gedaan.

Schenking bij wijziging huwelijksvermogensregime
Het kabinet stelt een wettelijke regeling voor om te bepalen of het aangaan of de wijziging van een huwelijksvermogensregime leidt tot een schenking tussen de echtgenoten. Het uitgangspunt is dat het realiseren van een gelijke gerechtigdheid tot het gezamenlijke vermogen niet tot heffing leidt. Schenkbelasting is echter wel verschuldigd indien het aandeel van de minst vermogende in het totale vermogen hoger wordt dan 50% of als het aandeel van de meest vermogende in het totale vermogen toeneemt. Wat vervolgens meer wordt verkregen, wordt als schenking aangemerkt. Als de vermogensverschuiving zich bij overlijden voordoet, is erfbelasting verschuldigd. De regeling geldt ook voor ongehuwd samenwonenden met een notarieel samenlevingscontract. Indien het huwelijk of notarieel samenlevingscontract wordt gesloten met als hoofddoel het ontgaan van schenk- of erfbelasting, wordt elke vermogensverschuiving tussen de echtgenoten als een schenking aangemerkt. De bewijslast dat van een ontgaansmotief sprake is, rust op de inspecteur.

Digitalisering notariële akten
In het kader van de digitalisering van de registratie van notariële akten wordt een aantal maatregelen voorgesteld. De Belastingdienst gaat langs digitale weg toegang krijgen tot testamenten of vergelijkbare akten in de gevallen waarin het overlijden van de erflater plaatsvindt nadat de akte al is overgebracht naar de algemene bewaarplaats voor notariële akten. Verder ontvangt de Belastingdienst eventuele aan de notariële akte gehechte stukken ook langs elektronische weg.

Regeerakkoord

Loon- en inkomstenbelasting
Tarieven
Om een lastenverlichting van € 6 miljard te kunnen realiseren, wordt een tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting ingevoerd met een basistarief van 36,93% tot een inkomen uit werk en woning van circa € 68.600 en een toptarief van 49,5% voor het surplus. Voor AOW-gerechtigden zijn er straks drie schijven; dit hangt samen met de premieheffing volksverzekeringen.

Heffingskortingen
De maximumbedragen van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting worden verhoogd. Hetzelfde geldt voor de ouderenkorting. In laatstgenoemde heffingskorting wordt bovendien een geleidelijke inkomensafhankelijke afbouw geïntroduceerd in plaats van de huidige inkomensgrens. Verder wordt de opbouw van de inkomensafhankelijke combinatiekorting gewijzigd. Hiertegenover staat dat uitbetaling van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting aan de minstverdienende partner wordt afgebouwd, zoals dat nu reeds het geval is bij de algemene heffingskorting.

Eigenwoningforfait
Voorgesteld wordt om het percentage van het eigenwoningforfait te verlagen van 0,75% naar 0,60% van de WOZ-waarde van de eigen woning. Dit wordt deels bekostigd door inkomstenbelasting te gaan heffen bij eigenwoningbezitters die hun eigenwoningschuld (vrijwel helemaal) hebben afgelost. De aftrekpost wegens ‘geen of geringe eigenwoningschuld’ (de zogenoemde Hillenregeling) zal daartoe gefaseerd, over een periode van 30 jaar, worden afgebouwd. Dit punt uit het Regeerakkoord heeft in de media al de nodige aandacht gekregen.

Aftrekposten
Het maximale tarief waartegen aftrekposten in de inkomstenbelasting in aanmerking kunnen worden genomen zal vanaf 2020 jaarlijks met 3%-punt worden afgebouwd totdat het basistarief van 36,93% is bereikt. Dit geldt dus niet alleen voor de hypotheekrenteaftrek, maar ook voor andere aftrekposten in de inkomstenbelasting zoals de zelfstandigenaftrek, en vermoedelijk ook andere ondernemersfaciliteiten.

Verhoging tarief box 2
In samenhang met de voorgestelde verlaging van de tarieven in de vennootschapsbelasting wordt het tarief voor inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) stapsgewijs met 3,5%-punt verhoogd. In 2020 bedraagt het tarief dan 27,3% en in 2021 komt het tarief uit op 28,5%. Hiermee beoogd het nieuwe kabinet het globale evenwicht in belastingdruk tussen ondernemers in de inkomstenbelasting en ondernemers in een B.V. te bewaren. 

Belasten werkelijk rendement in box 3
Het nieuwe kabinet zal een voorstel uitwerken voor een vermogensrendementsheffing op basis van daadwerkelijk gerealiseerd rendement. Vooruitlopend hierop wordt het heffingsvrije vermogen verhoogd tot € 30.000 (2017: € 25.000). Daarnaast wordt voor het rendement over het spaargedeelte gebruikgemaakt van actuelere cijfers.

Beperken looptijd 30%-regeling
De looptijd van de zogenoemde 30%-regeling voor extraterritoriale werknemers wordt ingekort van acht jaar tot vijf jaar.

Werken als zelfstandige
De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) wordt niet ingevoerd en zal vervangen worden met een andere regeling. Voor het onderscheid tussen echte zelfstandigen en schijnzelfstandigen komt het voorstel op hoofdlijnen neer op de volgende punten:

  • Bij een laag in rekening te brengen tarief, hetzij in combinatie met een langere duur van de overeenkomst, hetzij in combinatie met het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten, wordt voor ZZP’ers bepaald dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit lage tarief wordt gesteld op loonkosten tot 125% van het wettelijke minimumloon, of de laagste loonschalen in cao’s. Indien de duur van de overeenkomst minimaal drie maanden omvat, is sprake van een ‘langere duur’.
  • Bij een hoog tarief, hetzij in combinatie met een kortere duur van de overeenkomst, hetzij in combinatie met het niet verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten, wordt voor zelfstandigen een ‘opt out’ voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen ingevoerd. Bij een tarief van meer dan € 75 per uur is sprake van een hoog tarief. Een overeenkomst van kortere duur wordt in dit kader gedefinieerd als korter dan een jaar.
  • Daarnaast wordt voor zelfstandigen boven het ‘lage’ tarief een ‘opdrachtgeversverklaring’ ingevoerd. Hiermee krijgt een opdrachtgever in beginsel zekerheid vooraf van vrijwaring van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen.


Vennootschapsbelasting en dividendbelasting
Tariefverlaging vennootschapsbelasting
Om een concurrerend vestigingsklimaat te kunnen behouden, is beoogd een forse verlaging door te voeren van de vennootschapsbelastingtarieven. Zowel het tarief in de eerste als de tweede schijf wordt stapsgewijs met in totaal 4%-punt verlaagd (2019: -1%-punt, 2020: -1,5%; 2021: -1,5%). Het reguliere tarief komt daarmee in 2021 uit op 21%. Tot een belastbaar bedrag van € 200.000 geldt een tarief van 16%. De eerder aangekondigde verlenging van de eerste tariefschijf wordt dan wel teruggedraaid.

Afschaffing dividendbelasting / invoering bronheffing
Het nieuwe kabinet wil in beginsel de dividendbelasting per 1 januari 2020 afschaffen. Daartegenover staat dat een bronbelasting op rente en royalty’s wordt ingevoerd ingeval van uitgaande geldstromen naar landen met zeer lage belastingen. Daarnaast komt er wel een bronheffing op dividenden in misbruiksituaties en bij uitgaande geldstromen naar landen met zeer lage belastingtarieven.

Afschrijving op gebouwen in eigen gebruik
De afschrijving op gebouwen in eigen gebruik wordt voor ondernemingen in de vennootschapsbelasting beperkt tot 100% van de WOZ-waarde zoals dit moment al geldt voor beleggingsvastgoed. Op dit moment geldt voor gebouwen in eigen gebruik nog een bodemwaarde van 50% van de WOZ-waarde.

Eigen vermogen / vreemd vermogen
De nieuwe regering stelt voor om een generieke renteaftrekbeperking in de vorm van een earnings stripping-maatregel in te voeren. Rente is niet langer aftrekbaar voor zover het saldo van verschuldigde en ontvangen (groeps- en derden)rente meer bedraagt dan maximaal 30% van het brutobedrijfsresultaat (EBITDA: earnings before interest, taxes, depreciation and amortization). De regering kiest hierbij voor een vaste franchise van € 1 miljoen welk bedrag aan rente in elk geval aftrekbaar is.
In het regeerakkoord is voorts opgemerkt dat enkele specifieke renteaftrekbeperkingen worden afgeschaft, met uitzondering van de specifieke renteaftrekbeperking gericht tegen winstdrainage. Naar wij vermoeden betekent dit dat de thans geldende antiwinstdrainageregeling naast de nieuwe earnings stripping-maatregel gaat gelden.

Innovatiebox
Winsten die worden behaald met innovatieve activiteiten worden door toepassing van de innovatiebox belast tegen een effectief tarief van 5%. Voorgesteld wordt om dit effectieve tarief te verhogen van 5% naar 7%.

Fiscale beleggingsinstelling
In samenhang met de afschaffing van de dividendbelasting wordt voorgesteld om directe beleggingen in vastgoed door fiscale beleggingsinstellingen niet langer toe te staan.

Verliesverrekening
De mogelijkheid om verliezen uit voorgaande (boek)jaren te verrekenen met positieve belastbare winsten uit latere jaren wordt beperkt tot zes jaar. Op dit moment kunnen verliezen nog gedurende negen jaren voorwaarts verrekend worden.

Omzetbelasting en accijns
Verhoging lage btw-tarief
Het lage tarief in de btw wordt verhoogd van 6% naar 9%. Het lage btw-tarief is onder andere van toepassing op voedingsmiddelen, geneesmiddelen en boeken.

Bent u benieuwd naar het effect van bovenstaande maatregelen voor uw situatie, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.