Ga naar hoofdinhoud
UBO register

UBO-register

Ook in 2022 houden we u graag weer op de hoogte van de (fiscale) ontwikkelingen waar u mogelijk mee te maken krijgt. In deze nieuwsbrief informeren wij u over de verplichtingen rondom het UBO-register waarmee u begin dit jaar te maken krijgt. Ook bespreken we kort de gevolgen van een arrest van de Hoge Raad over onredelijke box 3 heffing over de jaren 2017 en 2018.

Registreer tijdig in UBO-register
Het UBO-register, wat was dat ook alweer? UBO’s zijn ultimate beneficial owners, ofwel de uiteindelijke eigenaars, begunstigden of belanghebbenden van een organisatie. Als gevolg van Europese regelgeving die ook in Nederland is geïmplementeerd, is ook Nederland verplicht UBO’s te registreren en doet dat via de Kamer van Koophandel. Het doel is om meer transparantie te creëren waarmee het register bijdraagt aan voorkoming van misbruik van het financiële stelsel voor witwaspraktijken en terrorismefinanciering. Er is een registratieplicht van kracht voor:

• Niet-beursgenoteerde NV’s en BV’s;
• Overige rechtspersonen zoals stichtingen, coöperaties en verenigingen;
• Personenvennootschappen zoals VOF’s, maatschappen en CV’s;
• Enkele andere (Europese) lichamen.

Uiteindelijke belanghebbenden die een belang van meer dan 25% in een van de bovengenoemde organisaties hebben, moeten zich uiterlijk 27 maart 2022 inschrijven in het UBO-register. Een organisatie kan 1 of meer UBO’s hebben, zorg dus voor een volledige registratie. Dus: heeft u bijvoorbeeld een 50% belang in een VOF of 30% stemrecht in een BV, dan zorgt u voor een inschrijving.

Eenmanszaken, Verenigingen van Eigenaars en buitenlandse rechtspersonen zoals een Ltd. of GmbH hoeven zich niet te registreren. Buitenlandse rechtspersonen moeten dat wel in het land van oprichting.

Een UBO-opgave doen kan via de site van de Kamer van Koophandel en wel via deze link waar tevens verdere uitleg volgt. Doe dit uiterlijk 27 maart 2022, doet u dit namelijk niet dan kan aan uw organisatie een boete opgelegd worden.

Hoge Raad: onredelijke heffing box 3 in 2017 en 2018
Na jaren van procederen over de forfaitaire rendementsheffing van box 3, is er eindelijk een doorbraak. De Hoge Raad heeft afgelopen december over de jaren 2017 en 2018 geoordeeld dat de wijze van heffing in box 3 onredelijk is en (in sommige gevallen) overgegaan zou moeten worden op heffing over werkelijk rendement.

Sinds 2017 wordt namelijk met een ander systeem gerekend dan tot en met 2016 het geval was. De wetgever gaat er sinds 2017 vanuit dat het vermogen van een belastingplichtige deels wordt gespaard en deels wordt belegd (vermogensmix). Vanzelfsprekend sluit deze veronderstelde vermogensmix niet bij iedere belastingplichtige aan. Wanneer al het vermogen wordt gehouden via spaartegoeden waar nagenoeg nihil rente op is ontvangen, leidt dit mogelijk tot een inbreuk op het recht op eigendom door een aanzienlijke belastingheffing over niet behaald rendement.

Concreet betekent dit dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat over 2017 en 2018 rechtsherstel geboden moet worden wanneer het werkelijk rendement (ernstig) afwijkt van het forfaitair rendement. Binnen enkele weken wordt een reactie van het Ministerie van Financiën verwacht en zal de massaal bezwaarprocedure afgehandeld gaan worden. U kunt zelf nog bezwaar (laten) maken over de jaren 2017 en/of 2018 wanneer uw aanslag inkomstenbelasting over die jaren nog niet onherroepelijk vast staat en u met uw vermogensmix en daarop behaalde rendement onredelijk belast denkt te zijn. Neem daarover contact met ons op, wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Back To Top